florist
zelfstandig naamwoord floˈrɪstBetekenis
- bloemist
Hoe spreek je florist uit?
/floˈrɪst/
Florist bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| o | boot |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die bloemen kweekt of verkoopt
- schilder die vooral bloemen schildert person
- iemand die de wilde flora in een specifiek gebied bestudeert person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| floristen | meervoud |
Herkomst
gevormd uit Latijn floris (van de bloem) met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van florist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| floristen | meervoud | florist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van florist zijn vastgelegd.