economist
zelfstandig naamwoord ekono'mɪstBetekenis
- iemand die zich bezighoudt met het bestuderen van de economie
Hoe spreek je economist uit?
/ekonoˈmɪst/
Economist bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| k | kat |
| o | boot |
| n | nek |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| economisten | meervoud |
Herkomst
afgeleid van economie met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van economist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| economisten | meervoud | economist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van economist zijn vastgelegd.