autist
zelfstandig naamwoord /ʌˈtɪst/Betekenis
- iemand die autisme heeft
- beschuldiging dat iemands gedrag of gedachte onaangepast is
- autist
Hoe spreek je autist uit?
/ʌˈtɪst/
Autist bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand voor wie contacten met andere mensen en het verwerken van prikkels lastig zijn door de manier waarop het brein zich heeft ontwikkeld person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autisten | meervoud |
| autistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van autisme zn met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van autist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autisten | meervoud | autist |
| autistje | verkleinwoord | autist |
| autistjes | verkleinwoord meervoud | autist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autist zijn vastgelegd.