beslist
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord bəˈslɪstBetekenis
- niet onderhevig aan aarzeling of twijfel
- met zekerheid
Hoe spreek je beslist uit?
/bəˈslɪst/
Beslist bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen
- gebiedende wijs meervoud van beslissen
- voltooid deelwoord van beslissen
Vervoeging van beslist
beslisthele werkwoord
bijwoord
- zonder dat er enige ruimte is voor speling
Herkomst
*vervoeging van beslissen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van beslist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beslister | woordvorm | beslist |
| beslistere | woordvorm | beslist |
| beslisters | woordvorm | beslist |
| beslists | woordvorm | beslist |
| beslistst | woordvorm | beslist |
| beslistste | woordvorm | beslist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beslist zijn vastgelegd.