list
zelfstandig naamwoord /'lɪst/Betekenis
- een oplossing voor een probleem waardoor tegenstrevers worden verrast, in ongunstige zin: slim bedrog
- het vermogen om een oplossing die tegenstrevers verrast, te bedenken
- lijst
- een lijst 1 maken
- slagzij maken
- aanstaan, behagen, goeddunken
- lijst (een relatief smal, dun stuk hout, metaal, rubber en dergelijke)
- lat (een vooruitspringende rand aan een gebouw)
- regel (een houten lat of rib van een bepaalde afmeting)
- sierlijst
- (bij het hoogspringen en polsstokspringen): lat
- lat, meetlat
- een sluw, ondeugend gedrag; een slim bedacht plan of slimme bedachte vindingrijkheid (vooral als middel om iemand om de tuin te leiden); kneep; kwajongensstreek
- brief
Hoe spreek je list uit?
/ˈlɪst/
List bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| listen | meervoud |
| listje | verkleinwoord, enkelvoud |
| listjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘slimheid’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van list
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| listen | meervoud | list |
| listje | verkleinwoord | list |
| listjes | verkleinwoord meervoud | list |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van list zijn vastgelegd.