toetser
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die iets controleert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toetsers | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van toetsen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van toetser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toetsers | meervoud | toetser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toetser zijn vastgelegd.