dessert
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het (meestal zoete) gerecht waarmee een maaltijd wordt afsluiten|afgesloten
zelfstandig naamwoord — neuter
- het (meestal zoete) gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| desserten, desserts | meervoud |
| dessertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dessertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘nagerecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1663
Woordfamilie van dessert
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| desserten | meervoud | dessert |
| dessertje | verkleinwoord | dessert |
| dessertjes | verkleinwoord meervoud | dessert |
| desserts | meervoud | dessert |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dessert zijn vastgelegd.