stip
zelfstandig naamwoord, werkwoord stɪpBetekenis
- puntvormig of rond merkteken
Hoe spreek je stip uit?
/stɪp/
Stip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stipje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stipjes | verkleinwoord, meervoud |
| stippen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stippen
- gebiedende wijs van stippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stippen
Vervoeging van stip
stiphele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands , in de betekenis van ‘punt’ aangetroffen vanaf 1408
Woordfamilie van stip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stipje | verkleinwoord | stip |
| stipjes | verkleinwoord meervoud | stip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stip zijn vastgelegd.