trip
zelfstandig naamwoord, werkwoord, tussenwerpsel trɪpBetekenis
- een vorm van middeleeuws schoeisel bijv. tripklomp
- houten plankje voor onder de hoef van een paard
- een korte reis, uitstapje, reisje, excursie, tochtje, toer
- een ervaring geïnduceerd door hallucinogene middelen (tripmiddel)
Hoe spreek je trip uit?
/trɪp/
Trip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- middeleeuws schoeisel met een houten zool en een riempje over de wreef historical
- plankjes die men bij de turfwinning onder de voeten bond om niet in de natte bodem weg te zakken historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tripje | verkleinwoord |
| tripjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| trippen | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trippen
- gebiedende wijs van trippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trippen
Vervoeging van trip
triphele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] trip | canonical |
tussenwerpsel
- aanduiding voor (het geluid van) heel een licht stapje
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] trip | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- korte reis
- ervaring opgeroepen door bedwelmende middelen (tripmiddelen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tripje | verkleinwoord |
| tripjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| trips | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trippen
- gebiedende wijs van trippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trippen
Vervoeging van trip
triphele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] trip | canonical |
Woordfamilie van trip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tripje | verkleinwoord | trip |
| tripjes | verkleinwoord | trip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trip zijn vastgelegd.