lip
zelfstandig naamwoord, werkwoord lɪpBetekenis
- elk van beide vlezige uitstekels van de mondopening
- dat wat door vorm, functie of plaatsing gelijkenis met een lip heeft
Hoe spreek je lip uit?
/lɪp/
Lip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lipje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lipjes | verkleinwoord, meervoud |
| lippen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lippen
- gebiedende wijs van lippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lippen
Vervoeging van lip
liphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rand van mondopening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Woordfamilie van lip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lipje | verkleinwoord | lip |
| lipjes | verkleinwoord meervoud | lip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lip zijn vastgelegd.