stinsenplant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep planten die in een regio alleen voorkomt op oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen, voormalige stadswallen en dergelijke, en hun natuurlijke verspreidingsgebied eigenlijk veelal veel zuidelijker hebben
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten die in een regio alleen voorkomen op oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen, voormalige stadswallen en dergelijke, en hun natuurlijke verspreidingsgebied eigenlijk veelal veel zuidelijker hebben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stinsenplanten | meervoud |
| stinsenplantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stinsenplantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stins en plant met het invoegsel -en-
Woordfamilie van stinsenplant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stinsenplanten | meervoud | stinsenplant |
| stinsenplantje | verkleinwoord | stinsenplant |
| stinsenplantjes | verkleinwoord meervoud | stinsenplant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stinsenplant zijn vastgelegd.