vlaggenschip
zelfstandig naamwoord /ˈvlɑɣəˌsxɪp/Betekenis
- schip waarop zich de bevelvoerder over een vloot of eskader bevindt (die bevoegd is een commandovlag te voeren)
- type schip dat zich bij uitstek gelegenheid biedt om het bevel over een vloot of eskader te voeren
- meest toonaangevende schip van een rederij; doorgaans het grootste, mooiste of nieuwste schip, dat een positief beeld van de hele rederij moet oproepen
- meest toonaangevende vliegtuigtype van luchtvaartmaatschappij; doorgaans het snelste, grootste of nieuwste model dat een positief beeld over het hele bedrijf moet oproepen
- het meest toonaangevende product of onderdeel van een organisatie, dat een positief beeld van de hele organisatie moet oproepen
- het belangrijkste of meest positief gewaardeerde onderdeel van een geheel
Hoe spreek je vlaggenschip uit?
/ˈvlɑxəˌsxɪp/
Vlaggenschip bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vlaggenscheepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vlaggenscheepjes | verkleinwoord, meervoud |
| vlaggenschepen | meervoud |
| vlaggeschip | |
| vlagschip |
Herkomst
samenstelling van vlag en schip met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vlaggenschip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vlaggenscheepje | verkleinwoord | vlaggenschip |
| vlaggenscheepjes | verkleinwoord meervoud | vlaggenschip |
| vlaggenschepen | meervoud | vlaggenschip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlaggenschip zijn vastgelegd.