knip
zelfstandig naamwoord, werkwoord knɪpBetekenis
- portemonnee
- schuifsluiting op een deur
Hoe spreek je knip uit?
/knɪp/
Knip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een knippend geluid of een knippende beweging
- zeer taaie kleisoort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knipje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knipjes | verkleinwoord, meervoud |
| knippen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knippen
- gebiedende wijs van knippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knippen
Vervoeging van knip
kniphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘(vogel)val’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485
Woordfamilie van knip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knipje | verkleinwoord | knip |
| knipjes | verkleinwoord meervoud | knip |
| knips | meervoud | knip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knip zijn vastgelegd.