wip
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʋɪp/Betekenis
- een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
- het wippen
Hoe spreek je wip uit?
/wɪp/
Wip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord
- / een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wipje | verkleinwoord, eerste persoon |
| wipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| wippen | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wippen
- gebiedende wijs van wippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wippen
Vervoeging van wip
wiphele werkwoord
Herkomst
Verkorting van wipgalg, oorspronkelijk een martelinstrument. In de betekenis van ‘wipplank’ voor het eerst aangetroffen in 1813.
Woordfamilie van wip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wipje | verkleinwoord, 1e persoon | wip |
| wipjes | verkleinwoord | wip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wip zijn vastgelegd.