tip
zelfstandig naamwoord, werkwoord /tɪp/Betekenis
- een uiterste punt van iets
- een inlichting over iets, aanwijzing, wenk
- een fooi
- een stukje rubber in de hak- of schoenzool tegen scheef afslijten
- een inlichting over iets
- gok; een keuze zonder het juiste antwoord te weten
- rada
- sázka
- tsjilp; een geluid gemaakt zoals door sommige jonge vogels
Hoe spreek je tip uit?
/tɪp/
Tip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɪ | pit |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- uiterste punt van iets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tipje | verkleinwoord, tweede persoon |
| tipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| tips | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verstrekking van een korte inlichting over iets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tipje | verkleinwoord, tweede persoon |
| tipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| tips | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- fooi
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tipje | verkleinwoord, tweede persoon |
| tipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| tips | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tippen
- gebiedende wijs van tippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tippen
Vervoeging van tip
tiphele werkwoord
Woordfamilie van tip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tipje | verkleinwoord, 2e persoon | tip |
| tipjes | verkleinwoord | tip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tip zijn vastgelegd.