slib
zelfstandig naamwoord, werkwoord /slɪp/Betekenis
- afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes.
- belofte
Hoe spreek je slib uit?
/slɪp/
Slib bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| p | pak |
Klinkt hetzelfde als slip.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slibben
- gebiedende wijs van slibben
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slibben
Vervoeging van slib
slibhele werkwoord
Herkomst
Een intensiefvorming bij de stam van het werkwoord slijpen in de oorspronkelijke betekenis “glijden”.
Woordfamilie van slib
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slibs | meervoud | slib |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slib zijn vastgelegd.