stipendium
zelfstandig naamwoord stiˈpɛndiˌjʏmBetekenis
- een hoeveelheid geld voor een student, kunstenaar, wetenschapper, sporter zodat deze zich verder kan ontwikkelen
- geld voor een priester om een mis op te dragen
Hoe spreek je stipendium uit?
/stiˈpɛndiˌjʏm/
Stipendium bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| d | dak |
| j | ja |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een bepaalde hoeveelheid geld die wordt uitgekeerd aan bijv. een student, kunstenaar, wetenschapper of sporter, zodat deze zich verder kan ontwikkelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stipendia | meervoud |
| stipendiums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toelage’ voor het eerst aangetroffen in 1667
Woordfamilie van stipendium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stipendia | meervoud | stipendium |
| stipendiums | meervoud | stipendium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stipendium zijn vastgelegd.