begrip
zelfstandig naamwoord bə'ɣrɪpBetekenis
- het verstaan of begrijpen van iets
- datgene wat men ergens onder verstaat of hoe men iets kent
- inlevingsvermogen
- naar onze begrippen: volgens onze normen en waarden
Hoe spreek je begrip uit?
/bəˈxrɪp/
Begrip bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| begripje | verkleinwoord, enkelvoud |
| begripjes | verkleinwoord, meervoud |
| begrippen [2] | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘inzicht, idee’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van begrip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begripje | verkleinwoord | begrip |
| begripjes | verkleinwoord meervoud | begrip |
| begrippen | meervoud | begrip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begrip zijn vastgelegd.