slip
zelfstandig naamwoord, werkwoord /slɪp/Betekenis
- een afrekening (cijfers op een strook papier)
- punt van een stof die naar beneden hangt
- drukproef op stroken, nog niet in de vorm van bladzijden ??
- slingering
- uitglijding
- vergissing
- uitglijden
- glijden
- scheepshelling, trailerhelling
Hoe spreek je slip uit?
/slɪp/
Slip bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| p | pak |
Klinkt hetzelfde als slib.
zelfstandig naamwoord — masculine
- kort, strak onderbroekje zonder pijpen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slipje | verkleinwoord |
| slipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| slips | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- drukproef op stroken, nog niet in de vorm van bladzijden
- afrekening (cijfers op een strook papier)
- envelopje, zoals gebruikt om uit te betalen loon in te doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slipje | verkleinwoord |
| slipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| slippen | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- glijdende beweging als wrijvingskracht wegvalt
- slingerend glijdende beweging doordat wielen of voeten hun grip op de bodem verliezen
- onderdeel van een werphengel
- krachtverlies door wrijving binnen een draaiend werktuig no-plural
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slipje | verkleinwoord |
| slipjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| slips | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slippen
- gebiedende wijs van slippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slippen
Vervoeging van slip
sliphele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] slip | canonical |
Herkomst
A vermoedelijk via Frans slip van Engels slip zn "op de huid gedragen kledingstuk dan een vrouw snel kan aantrekken", in de betekenis van ‘onderbroekje’ aangetroffen vanaf 1957
Woordfamilie van slip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slipje | verkleinwoord | slip |
| slipjes | verkleinwoord | slip |
| slips | enkelvoud | slip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slip zijn vastgelegd.