staartstuk
zelfstandig naamwoord ˈstartstʏkBetekenis
- achterste deel van een snaarinstrument waar de snaren aan vastzitten
- achterste deel van een vliegtuig
- achterste deel van een stuk wild
Hoe spreek je staartstuk uit?
/ˈstartstʏk/
Staartstuk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- spierweefsel links en rechts van de staart bij een rund
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staartstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staartstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| staartstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van staart zn en stuk zn
Woordfamilie van staartstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| staartstukje | verkleinwoord | staartstuk |
| staartstukjes | verkleinwoord meervoud | staartstuk |
| staartstukken | meervoud | staartstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staartstuk zijn vastgelegd.