Naar de inhoud

sparen

geld niet uitgeven

sparen

werkwoord ˈspa.rə(n)

Betekenis

  1. geld niet uitgeven
  2. iets verzamelen
  3. ontzien, niet straffen of geweld aandoen

Hoe spreek je sparen uit?

/ˈsparən/

Sparen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsparən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
a maan
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sparen

sparenhele werkwoord — spaardeverleden tijd enkelvoud — spaardenverleden tijd meervoud — gespaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spaar spaarde
jij spaart spaarde
hij, zij, het spaart spaarde
wij sparen spaarden
jullie sparen spaarden
zij sparen spaarden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gespaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespaard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespaard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespaard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespaard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespaard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespaard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespaard verleden tijd, deelwoord
gespaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spaar gebiedende wijs
spaarde verleden tijd
spare aanvoegende wijs
sparend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sparen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sparen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sparen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sparen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sparen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘bewaren’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van sparen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spaar gebiedende wijs sparen
spaarde verleden tijd sparen
spaarden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sparen
spaart aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sparen
spare aanvoegende wijs sparen
sparend onvoltooid deelwoord sparen
sparende woordvorm sparen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sparen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sparen

Hoe spreek ik sparen uit?
Zo spreek je sparen uit: /ˈspa.rə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van sparen?
Sparen is een werkwoord. De betekenis is: geld niet uitgeven. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sparen?
Zo vervoeg je sparen zo: de tegenwoordige tijd is spaar, de verleden tijd is spaarde en het voltooid deelwoord is gespaard. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sparen?

Sparen rijmt op 64 woorden op -aren; waren, varen en ervaren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sparen, uitspraak ˈsparən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
waren 2
varen 2
ervaren 3
verklaren 3
bezwaren 3
lantaarn 3
besparen 3
bewaren 3
blaren 2
vlegeljaren 4
staren 2
evenaren 4
bedaren 3
zaklantaarn 4
paren 2
lantaren 3
zaklantaren 4
verjaren 3
overvaren 4
wedervaren 4
kinderjaren 4
grutterswaren 4
tienerjaren 4
straatlantaarn 4
straatlantaren 4
verfwaren 4
geitenharen 4
pinaren 3
ontsparen 3
toverlantaarn 5
aaltenaren 4
aangevaren 4
balearen 4
beschermparen 5
beuzelaren 4
bonthandelaren 5
crisisjaren 4
cursusjaren 4
fruithandelaren 5
gevaren 3
Nog 24 rijmwoorden
gijzelaren 4
handelaren 4
homoparen 4
jaren 2
kaarslantaarn 4
kandelaren 4
karen 2
kerselaren 4
koningsvaren 4
laskaren 3
legerscharen 4
okselharen 4
palmvaren 4
pharen 2
raren 2
runderharen 4
samaren 3
schroothandelaren 5
stormlantaarn 5
supersnaren 4
toverhazelaren 6
toverlantaren 5
watervaren 4
zonnejaren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sparen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. A 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sparen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. A 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sparen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sparen in het kort

sparen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sparen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sparen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sparen: geld niet uitgeven
Deel sparen — standaardnederlands.nl