spaaroverschot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wat men van zijn inkomen overhoudt na alle gedane bestedingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spaaroverschotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spaaroverschotjes | verkleinwoord, meervoud |
| spaaroverschotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van spaar ww en overschot
Woordfamilie van spaaroverschot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spaaroverschotje | verkleinwoord | spaaroverschot |
| spaaroverschotjes | verkleinwoord meervoud | spaaroverschot |
| spaaroverschotten | meervoud | spaaroverschot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spaaroverschot zijn vastgelegd.