pinaren
werkwoord piˈnarə(n)Betekenis
- het moeilijk hebben
- arm zijn, gebrek lijden
Hoe spreek je pinaren uit?
/piˈnarən/
Pinaren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| n | nek |
| a | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van pinaren
pinarenhele werkwoord — pinaardeverleden tijd enkelvoud — pinaardenverleden tijd meervoud — gepinaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pinaar | pinaarde |
| jij | pinaart | pinaarde |
| hij, zij, het | pinaart | pinaarde |
| wij | pinaren | pinaarden |
| jullie | pinaren | pinaarden |
| zij | pinaren | pinaarden |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gepinaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepinaard | verleden tijd, deelwoord |
| gepinaard te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepinaard zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| pinaar | gebiedende wijs |
| pinaarde | verleden tijd |
| pinare | aanvoegende wijs |
| pinarend | onvoltooid, deelwoord |
| te gepinaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pinaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pinaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen pinaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult pinaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Surinaams pina "lijden; kwellen; schaars zijn" dat teruggaat op Portugees pinar "neuken"
Woordfamilie van pinaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepinaard | voltooid deelwoord | pinaren |
| pinaar | gebiedende wijs | pinaren |
| pinaarde | verleden tijd | pinaren |
| pinaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pinaren |
| pinaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pinaren |
| pinare | aanvoegende wijs | pinaren |
| pinarend | onvoltooid deelwoord | pinaren |
| pinarende | woordvorm | pinaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pinaren zijn vastgelegd.