geitenharen
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈɣɛitə(n)ˌharə(n)Betekenis
- gemaakt van vezels uit de vacht van een geit
- in verband staand met zweverige opvattingen over het ingrijpend veranderen van de maatschappij
Hoe spreek je geitenharen uit?
/ˈxɛitənˌharən/
Geitenharen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| h | hoed |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- gemaakt van vezels uit de vacht van een geit Capra aegagrus hircus
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (alleen | onverbogen, stellende trap |
| attributief) | onverbogen, stellende trap |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord geitenhaar
Herkomst
bn [1]: geitenhaar met het achtervoegsel -en