Naar de inhoud

verklaren

duidelijk maken

verklaren

werkwoord /vɛrˈklarə(n)/

Betekenis

  1. duidelijk maken
  2. een officieel standpunt uitspreken

Hoe spreek je verklaren uit?

/vɛrˈklarən/

Verklaren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vɛrˈklarən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɛ bed
r rood
k kat
l land
a maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verklaren

verklarenhele werkwoord — verklaardeverleden tijd enkelvoud — verklaardenverleden tijd meervoud — verklaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verklaar verklaarde
jij verklaart verklaarde
hij, zij, het verklaart verklaarde
wij verklaren verklaarden
jullie verklaren verklaarden
zij verklaren verklaarden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verklaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verklaard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verklaard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verklaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verklaard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verklaard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verklaard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verklaard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verklaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verklaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verklaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verklaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verklaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verklaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verklaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verklaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verklaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verklaren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verklaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verklaar gebiedende wijs
verklaar me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verklaar u/je , verklaart je gebiedende wijs
verklaard verleden tijd, deelwoord
verklaard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verklaard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verklaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verklaard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verklaard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verklaard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verklaard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verklaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verklaard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verklaard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verklaarde verleden tijd
verklaarde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verklaarde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verklaarde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verklaarde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verklaarde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verklaarde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verklaarde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verklaarden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verklaarden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verklaarden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verklaart je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verklaart u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verklaart u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verklaart zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verklaart zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verklaart zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verklare aanvoegende wijs
verklare zich aanvoegende wijs
verklaren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verklaren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verklaren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verklarend onvoltooid, deelwoord
waart verklaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verklaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verklaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verklaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verklaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verklaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verklaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verklaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verklaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verklaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verklaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verklaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verklaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verklaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verklaren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verklaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verklaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verklaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verklaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verklaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verklaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verklaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verklaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verklaren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verklaren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verklaard hebben verleden tijd
zich verklarend onvoltooid, deelwoord
zijn verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verklaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verklaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verklaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verklaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verklaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verklaren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verklaren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verklaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verklaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van klaren met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verklaren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verklaar gebiedende wijs verklaren
verklaard voltooid deelwoord verklaren
verklaarden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verklaren
verklaart aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verklaren
verklare aanvoegende wijs verklaren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verklaren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verklaren

Hoe spreek ik verklaren uit?
Zo spreek je verklaren uit: /vɛrˈklarə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verklaren?
Verklaren is een werkwoord. De betekenis is: duidelijk maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verklaren?
Zo vervoeg je verklaren zo: de tegenwoordige tijd is verklaar, de verleden tijd is verklaarde en het voltooid deelwoord is verklaard. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verklaren?

In dit woordenboek rijmen 64 woorden op -aren op verklaren, zoals waren, varen en ervaren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verklaren, uitspraak vɛrˈklarən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
waren 2
varen 2
ervaren 3
bezwaren 3
lantaarn 3
sparen 2
besparen 3
bewaren 3
blaren 2
vlegeljaren 4
staren 2
evenaren 4
bedaren 3
zaklantaarn 4
paren 2
lantaren 3
zaklantaren 4
verjaren 3
overvaren 4
wedervaren 4
kinderjaren 4
grutterswaren 4
tienerjaren 4
straatlantaarn 4
straatlantaren 4
verfwaren 4
geitenharen 4
pinaren 3
ontsparen 3
toverlantaarn 5
aaltenaren 4
aangevaren 4
balearen 4
beschermparen 5
beuzelaren 4
bonthandelaren 5
crisisjaren 4
cursusjaren 4
fruithandelaren 5
gevaren 3
Nog 24 rijmwoorden
gijzelaren 4
handelaren 4
homoparen 4
jaren 2
kaarslantaarn 4
kandelaren 4
karen 2
kerselaren 4
koningsvaren 4
laskaren 3
legerscharen 4
okselharen 4
palmvaren 4
pharen 2
raren 2
runderharen 4
samaren 3
schroothandelaren 5
stormlantaarn 5
supersnaren 4
toverhazelaren 6
toverlantaren 5
watervaren 4
zonnejaren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verklaren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verklaren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verklaren in het kort

verklaren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verklaren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verklaren bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verklaren: duidelijk maken
Deel verklaren — standaardnederlands.nl