paddel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- stok met een platte verbreding op het einde
- stok met een platte verbreding op het einde voor het voortbewegen van een vaartuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paddels | meervoud |
| paddeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paddeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van paddelen
- gebiedende wijs van paddelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van paddelen
Vervoeging van paddel
paddelhele werkwoord
Woordfamilie van paddel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paddels | meervoud | paddel |
| paddeltje | verkleinwoord | paddel |
| paddeltjes | verkleinwoord meervoud | paddel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paddel zijn vastgelegd.