onderwijzen
werkwoord ˌɔndərˈwɛizə(n)Betekenis
- iemand ~: scholing verzorgen voor iemand
Hoe spreek je onderwijzen uit?
/ˌɔndərˈwɛizən/
Onderwijzen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van onderwijzen
onderwijzenhele werkwoord — onderweesverleden tijd enkelvoud — onderwezenverleden tijd meervoud — onderwezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderwijs | onderwees |
| jij | onderwijst | onderwees |
| hij, zij, het | onderwijst | onderwees |
| wij | onderwijzen | onderwezen |
| jullie | onderwijzen | onderwezen |
| zij | onderwijzen | onderwezen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderwezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderwezen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderwezen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderwezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderwezen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderwezen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderwezen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderwezen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderwezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderwezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderwezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderwezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderwezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderwezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderwezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderwezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderwees | verleden tijd |
| onderwezen | verleden tijd, deelwoord |
| onderwezen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderwezen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderwezen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderwezen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderwezen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderwezen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderwezen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderwezen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderwezen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderwezen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderwijs | gebiedende wijs |
| onderwijze | aanvoegende wijs |
| onderwijzend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderwezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderwijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderwijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderwezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderwezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderwezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderwezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderwezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderwezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderwezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderwezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderwezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderwezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderwezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt onderwezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderwezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderwezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderwezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderwezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderwijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult onderwezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderwezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderwezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en wijzen ww
Woordfamilie van onderwijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderwees | verleden tijd | onderwijzen |
| onderwezen | voltooid deelwoord | onderwijzen |
| onderwijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderwijzen |
| onderwijze | aanvoegende wijs | onderwijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderwijzen zijn vastgelegd.