vijzen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɛizə(n)Betekenis
- in- of uitdraaien van een schroef
Hoe spreek je vijzen uit?
/ˈvɛizən/
Vijzen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vijzen
vijzenhele werkwoord — veesverleden tijd enkelvoud — vezenverleden tijd meervoud — gevezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vijs | vees |
| jij | vijst | vees |
| hij, zij, het | vijst | vees |
| wij | vijzen | vezen |
| jullie | vijzen | vezen |
| zij | vijzen | vezen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevezen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevezen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevezen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevezen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevezen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevezen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevezen | verleden tijd, deelwoord |
| gevezen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevezen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevezen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevezen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevezen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevezen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevezen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevezen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevezen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevezen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vees | verleden tijd |
| vijs | gebiedende wijs |
| vijze | aanvoegende wijs |
| vijzend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vijs
Herkomst
afgeleid van vijs zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevezen | voltooid deelwoord | vijzen |
| vijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vijzen |
| vijze | aanvoegende wijs | vijzen |
| vijzend | onvoltooid deelwoord | vijzen |
| vijzende | woordvorm | vijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vijzen zijn vastgelegd.