opvoeden
werkwoord ˈɔpfudə(n)Betekenis
- het vormen van een onvolwassene naar de normen en waarden van een samenleving
Hoe spreek je opvoeden uit?
/ˈɔpfudən/
Opvoeden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| f | fiets |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van opvoeden
opvoedenhele werkwoord — voedde opverleden tijd enkelvoud — voedden opverleden tijd meervoud — opgevoedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voed op | voedde op |
| jij | voedt op | voedde op |
| hij, zij, het | voedt op | voedde op |
| wij | voeden op | voedden op |
| jullie | voeden op | voedden op |
| zij | voeden op | voedden op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgevoed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgevoed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgevoed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgevoed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgevoed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgevoed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgevoed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgevoed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgevoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te voeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen voeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal voeden | bijzin, toekomende tijd |
| op zou voeden | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden voeden | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt voeden | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen voeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen voeden | bijzin, toekomende tijd |
| op zult voeden | bijzin, toekomende tijd |
| opgevoed | verleden tijd, deelwoord |
| opgevoed te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgevoed te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgevoed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevoed te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevoed te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevoed worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgevoed zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgevoed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgevoed zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgevoed zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opvoed | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opvoedde | bijzin, verleden tijd |
| opvoedden | bijzin, verleden tijd |
| opvoedend | onvoltooid, deelwoord |
| opvoedt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben opgevoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opvoeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voed op | gebiedende wijs |
| voedde op | verleden tijd |
| waart opgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgevoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgevoed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevoed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opvoeden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opvoeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opvoeden op zou(dt) voeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opvoeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgevoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opvoeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgevoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgevoed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgevoed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgevoed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opvoeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opvoeden | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op en voeden
Woordfamilie van opvoeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgevoed | voltooid deelwoord | opvoeden |
| opvoed | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opvoeden |
| opvoedde | subordinate-clause, verleden tijd | opvoeden |
| opvoedden | subordinate-clause, verleden tijd | opvoeden |
| opvoede | with-subordinate-clause | opvoeden |
| opvoedend | onvoltooid deelwoord | opvoeden |
| opvoedt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opvoeden |
| voed op | gebiedende wijs | opvoeden |
| voedde op | verleden tijd | opvoeden |
| voedden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opvoeden |
| voede op | woordvorm | opvoeden |
| voeden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opvoeden |
| voedt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opvoeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvoeden zijn vastgelegd.