Naar de inhoud

rijzen

opstijgen, opgaan

rijzen is meer dan één woord

rijzen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɛizə(n)

Betekenis

  1. opstijgen, opgaan
  2. (van brood of beslag) uitzetten en luchtig worden
  3. naar voren komen, zich aandienen
  4. loslaten en afvallen van een aantal zeer kleine gedeelten

Hoe spreek je rijzen uit?

/ˈrɛizən/

Rijzen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɛizən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɛi trein
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als reizen.

werkwoord

  1. uitzetten en luchtig worden ergative

Vervoeging van rijzen

rijzenhele werkwoord — reesverleden tijd enkelvoud — rezenverleden tijd meervoud — gerezenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rijs rees
jij rijst rees
hij, zij, het rijst rees
wij rijzen rezen
jullie rijzen rezen
zij rijzen rezen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gerezen verleden tijd, deelwoord
gerezen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerezen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rees verleden tijd
rijs gebiedende wijs
rijze aanvoegende wijs
rijzend onvoltooid, deelwoord
te rijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gerezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord rijs

Herkomst

van Middelnederlands risen, in de betekenis van ‘zich oprichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van rijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerezen voltooid deelwoord rijzen
rezen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rijzen
rijze aanvoegende wijs rijzen
rijzend onvoltooid deelwoord rijzen
rijzende woordvorm rijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijzen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over rijzen

Hoe spreek je rijzen uit?
De uitspraak van rijzen is: /ˈrɛizə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent rijzen?
Rijzen is een werkwoord. Het woord betekent: opstijgen, opgaan. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je rijzen?
Je vervoegt rijzen als volgt: de tegenwoordige tijd is rijs, de verleden tijd is rees en het voltooid deelwoord is gerezen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op rijzen?

Op rijzen rijmen 26 woorden, onder andere reizen, wijzen en bewijzen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op rijzen, uitspraak ˈrɛizən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
reizen 2
wijzen 2
bewijzen 3
vijzen 2
verwijzen 3
onderwijzen 4
verrijzen 3
misprijzen 3
vergrijzen 3
lijzen 2
aanbewijzen 4
aanbiedingsprijzen 5
aanbodprijzen 4
aandeelbewijzen 5
aanmoedigingsprijzen 6
aanschafprijzen 4
armoedereizen 5
beprijzen 3
bijzen 2
deizen 2
kleizen 2
leizen 2
matsekleizen 4
peizen 2
prijzen 2
titelbewijzen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rijzen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. J 4
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rijzen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. J 4
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rijzen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rijzen in het kort

rijzen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van rijzen zijn 34 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rijzen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rijzen: opstijgen, opgaan
Deel rijzen — standaardnederlands.nl