Naar de inhoud

bewijzen

aantonen; staven

bewijzen is meer dan één woord

bewijzen

werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈwɛizə(n)

Betekenis

  1. aantonen; staven
  2. betuigen; een dienst bewijzen
  3. zich bewijzen: laten zien wat je kunt
  4. zich bewijzen: laten zien dat iets nuttig is

Hoe spreek je bewijzen uit?

/bəˈwɛizən/

Bewijzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈwɛizən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
w quiz
ɛi trein
z zon
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. wederkerend laten zien wat je kunt
  2. laten zien dat iets nuttig is reflexive

Vervoeging van bewijzen

bewijzenhele werkwoord — beweesverleden tijd enkelvoud — bewezenverleden tijd meervoud — bewezenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bewijs bewees
jij bewijst bewees
hij, zij, het bewijst bewees
wij bewijzen bewezen
jullie bewijzen bewezen
zij bewijzen bewezen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bewees verleden tijd
bewezen verleden tijd, deelwoord
bewezen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewezen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewezen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewezen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewezen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewezen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewezen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewezen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewezen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewezen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewijs gebiedende wijs
bewijze aanvoegende wijs
bewijzend onvoltooid, deelwoord
er is bewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bewezen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bewezen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bewezen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bewezen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bewezen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bewezen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bewijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bewijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bewijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bewijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bewijs

Herkomst

In de betekenis van ‘aantonen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van bewijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bewees verleden tijd bewijzen
bewijst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bewijzen
bewijzend onvoltooid deelwoord bewijzen
bewijzende woordvorm bewijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewijzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bewijzen

Hoe spreek je bewijzen uit?
De uitspraak van bewijzen is: /bəˈwɛizə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bewijzen?
Bewijzen is een werkwoord. Het woord betekent: aantonen; staven. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bewijzen?
Je vervoegt bewijzen als volgt: de tegenwoordige tijd is bewijs, de verleden tijd is bewees en het voltooid deelwoord is bewezen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bewijzen?

In dit woordenboek rijmen 26 woorden op -ijzen op bewijzen, zoals reizen, wijzen en rijzen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bewijzen, uitspraak bəˈwɛizən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
reizen 2
wijzen 2
rijzen 2
vijzen 2
verwijzen 3
onderwijzen 4
verrijzen 3
misprijzen 3
vergrijzen 3
lijzen 2
aanbewijzen 4
aanbiedingsprijzen 5
aanbodprijzen 4
aandeelbewijzen 5
aanmoedigingsprijzen 6
aanschafprijzen 4
armoedereizen 5
beprijzen 3
bijzen 2
deizen 2
kleizen 2
leizen 2
matsekleizen 4
peizen 2
prijzen 2
titelbewijzen 5

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bewijzen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. I 1
  5. J 4
  6. Z 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bewijzen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. W 5
  4. I 2
  5. J 4
  6. Z 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 23 zonder bonus
  10. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bewijzen in het kort

bewijzen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bewijzen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bewijzen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bewijzen: aantonen; staven
Deel bewijzen — standaardnederlands.nl