bewijzen
werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈwɛizə(n)Betekenis
- aantonen; staven
- betuigen; een dienst bewijzen
- zich bewijzen: laten zien wat je kunt
- zich bewijzen: laten zien dat iets nuttig is
Hoe spreek je bewijzen uit?
/bəˈwɛizən/
Bewijzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- wederkerend laten zien wat je kunt
- laten zien dat iets nuttig is reflexive
Vervoeging van bewijzen
bewijzenhele werkwoord — beweesverleden tijd enkelvoud — bewezenverleden tijd meervoud — bewezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bewijs | bewees |
| jij | bewijst | bewees |
| hij, zij, het | bewijst | bewees |
| wij | bewijzen | bewezen |
| jullie | bewijzen | bewezen |
| zij | bewijzen | bewezen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bewees | verleden tijd |
| bewezen | verleden tijd, deelwoord |
| bewezen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewezen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewezen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewezen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewezen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewezen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewezen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewezen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewezen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewezen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewijs | gebiedende wijs |
| bewijze | aanvoegende wijs |
| bewijzend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bewezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bewezen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bewezen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bewezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bewezen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bewezen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bewezen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bewezen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bewijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bewezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bewijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bewijs
Herkomst
In de betekenis van ‘aantonen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van bewijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bewees | verleden tijd | bewijzen |
| bewijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bewijzen |
| bewijzend | onvoltooid deelwoord | bewijzen |
| bewijzende | woordvorm | bewijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewijzen zijn vastgelegd.