verrijzen
werkwoord /və'rɛizə(n)/Betekenis
- zich verheffen, van de grond komen
Hoe spreek je verrijzen uit?
/vəˈrɛizən/
Verrijzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verrijzen
verrijzenhele werkwoord — verreesverleden tijd enkelvoud — verrezenverleden tijd meervoud — verrezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verrijs | verrees |
| jij | verrijst | verrees |
| hij, zij, het | verrijst | verrees |
| wij | verrijzen | verrezen |
| jullie | verrijzen | verrezen |
| zij | verrijzen | verrezen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verrijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verrezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verrijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrees | verleden tijd |
| verrezen | verleden tijd, deelwoord |
| verrezen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrezen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verrijs | gebiedende wijs |
| verrijze | aanvoegende wijs |
| verrijzend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verrezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verrezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verrezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verrezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verrezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verrezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verrezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verrezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verrijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van rijzen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verrijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verrees | verleden tijd | verrijzen |
| verrezen | voltooid deelwoord | verrijzen |
| verrijs | gebiedende wijs | verrijzen |
| verrijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verrijzen |
| verrijze | aanvoegende wijs | verrijzen |
| verrijzend | onvoltooid deelwoord | verrijzen |
| verrijzende | woordvorm | verrijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrijzen zijn vastgelegd.