scholen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxolə(n)Betekenis
- aan een opleiding onderwerpen
Hoe spreek je scholen uit?
/ˈsxolən/
Scholen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| o | boot |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van scholen
scholenhele werkwoord — schooldeverleden tijd enkelvoud — schooldenverleden tijd meervoud — geschooldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | school | schoolde |
| jij | schoolt | schoolde |
| hij, zij, het | schoolt | schoolde |
| wij | scholen | schoolden |
| jullie | scholen | schoolden |
| zij | scholen | schoolden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geschoold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschoold | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschoold | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschoold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschoold worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschoold zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschoold worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschoold zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschoold | verleden tijd, deelwoord |
| geschoold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschoold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schole | aanvoegende wijs |
| scholend | onvoltooid, deelwoord |
| school | gebiedende wijs |
| schoolde | verleden tijd |
| te hebben geschoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te scholen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen scholen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen scholen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van schuilen
Vervoeging van scholen
scholenhele werkwoord — schooldeverleden tijd enkelvoud — schooldenverleden tijd meervoud — geschooldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | school | schoolde |
| jij | schoolt | schoolde |
| hij, zij, het | schoolt | schoolde |
| wij | scholen | schoolden |
| jullie | scholen | schoolden |
| zij | scholen | schoolden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geschoold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschoold | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschoold | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschoold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschoold worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschoold zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschoold worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschoold zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschoold | verleden tijd, deelwoord |
| geschoold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschoold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schole | aanvoegende wijs |
| scholend | onvoltooid, deelwoord |
| school | gebiedende wijs |
| schoolde | verleden tijd |
| te hebben geschoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te scholen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen scholen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschoold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt scholen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen scholen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschoold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult scholen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord school
Woordfamilie van scholen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schole | aanvoegende wijs | scholen |
| scholend | onvoltooid deelwoord | scholen |
| scholende | woordvorm | scholen |
| schoolde | verleden tijd | scholen |
| schoolden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | scholen |
| schoolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | scholen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scholen zijn vastgelegd.