Naar de inhoud

bijbrengen

iemand ~: weer bij bewustzijn brengen

bijbrengen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand ~: weer bij bewustzijn brengen
  2. iemand iets bijbrengen: zorgen dat iemand iets leert

Vervoeging van bijbrengen

bijbrengenhele werkwoord — bracht bijverleden tijd enkelvoud — brachten bijverleden tijd meervoud — bijgebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng bij bracht bij
jij brengt bij bracht bij
hij, zij, het brengt bij bracht bij
wij brengen bij brachten bij
jullie brengen bij brachten bij
zij brengen bij brachten bij
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal brengen bijzin, toekomende tijd
bij zou brengen bijzin, voorwaardelijk
bij zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
bij zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen brengen bijzin, toekomende tijd
bij zult brengen bijzin, toekomende tijd
bijbracht bijzin, verleden tijd
bijbrachten bijzin, verleden tijd
bijbreng bijzin, tegenwoordige tijd
bijbrengend onvoltooid, deelwoord
bijbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
bijgebracht verleden tijd, deelwoord
bijgebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bracht bij verleden tijd
breng bij gebiedende wijs
er is bijgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben bijgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijbrengen bijzin, toekomende tijd
zal bijgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) bijbrengen bij zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bijbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen bijgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bijbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bij en brengen

Woordfamilie van bijbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijbracht subordinate-clause, verleden tijd bijbrengen
bijbrachten subordinate-clause, verleden tijd bijbrengen
bijbreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijbrengen
bijbrenge with-subordinate-clause bijbrengen
bijbrengend onvoltooid deelwoord bijbrengen
bijbrengende woordvorm bijbrengen
bijbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijbrengen
bijgebracht voltooid deelwoord bijbrengen
bijgebrachte woordvorm bijbrengen
bracht bij verleden tijd bijbrengen
brachten bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijbrengen
breng bij gebiedende wijs bijbrengen
brenge bij woordvorm bijbrengen
brengen bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijbrengen
brengt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijbrengen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bijbrengen

Wat is de betekenis van bijbrengen?
Bijbrengen is een werkwoord. De betekenis is: iemand ~: weer bij bewustzijn brengen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bijbrengen?
Zo vervoeg je bijbrengen zo: het voltooid deelwoord is bijgebracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijbrengen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. B 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijbrengen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. B 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijbrengen in het kort

bijbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bijbrengen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bijbrengen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bijbrengen: iemand ~: weer bij bewustzijn brengen
Deel bijbrengen — standaardnederlands.nl