reizen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɛizənBetekenis
- onderweg zijn
- ergeren, pesten, plagen, prikkelen
- irriteren
- aanlokken, bekoren, bevallen, lokken
Hoe spreek je reizen uit?
/ˈrɛizən/
Reizen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als rijzen.
werkwoord
- gericht onderweg zijn naar een bepaalde bestemming ergative
- ongerichte activiteit van het onderweg zijn unergative
Vervoeging van reizen
reizenhele werkwoord — reisdeverleden tijd enkelvoud — reisdenverleden tijd meervoud — gereisdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reis | reisde |
| jij | reist | reisde |
| hij, zij, het | reist | reisde |
| wij | reizen | reisden |
| jullie | reizen | reisden |
| zij | reizen | reisden |
Alle 96 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereisd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereisd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereisd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereisd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereisd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereisd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereisd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereisd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereisd | verleden tijd, deelwoord |
| gereisd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereisd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereisd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereisd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereisd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereisd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereisd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereisd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereisd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reis | gebiedende wijs |
| reisde | verleden tijd |
| reize | aanvoegende wijs |
| reizend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereisd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reizen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gereisd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereisd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereisd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereisd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereisd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereisd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereisd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereisd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereisd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord reis
Herkomst
van Middelnederlands resen ww
Woordfamilie van reizen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereisd | voltooid deelwoord | reizen |
| gereisde | woordvorm | reizen |
| reisde | verleden tijd | reizen |
| reisden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reizen |
| reist | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reizen |
| reize | aanvoegende wijs | reizen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reizen zijn vastgelegd.