tanker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een speciaal gebouwd en uitgerust schip om vloeibare ladingen te vervoeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tankers | meervoud |
| tankertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tankertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tankboot’ voor het eerst aangetroffen in 1936
Woordfamilie van tanker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tankers | meervoud | tanker |
| tankertje | verkleinwoord | tanker |
| tankertjes | verkleinwoord meervoud | tanker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tanker zijn vastgelegd.