level
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈlɛvəlBetekenis
- niveau
- peil, niveau
- waterpas
- vlak maken, met de grond gelijkmaken
Hoe spreek je level uit?
/ˈlɛvəl/
Level bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛ | bed |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levels | meervoud |
| leveltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leveltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van levelen
- gebiedende wijs van levelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van levelen
Vervoeging van level
levelhele werkwoord
Herkomst
van Engels level
Woordfamilie van level
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levels | meervoud | level |
| leveltje | verkleinwoord | level |
| leveltjes | verkleinwoord meervoud | level |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van level zijn vastgelegd.