koor
zelfstandig naamwoord, werkwoord korBetekenis
- een groep mensen die samen zingen
- een muziekstuk om in groep te zingen
- de ruimte van een kerk waar zich het hoofdaltaar bevindt
- schors, schil
- aardkorst
- ramadan
Hoe spreek je koor uit?
/kor/
Koor bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koortjes | verkleinwoord, meervoud |
| koren | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van kiezen
Vervoeging van koor
koorhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘meerstemmige zangmelodie, zanggroep’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van koor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koortje | verkleinwoord | koor |
| koortjes | verkleinwoord meervoud | koor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koor zijn vastgelegd.