anafoor
zelfstandig naamwoord ɑnaˈforBetekenis
- stijlfiguur bestaande uit de herhaling van een woord of woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinnen
- voornaamwoord dat verwijst via een in de tekst aanwezig antecedent
Hoe spreek je anafoor uit?
/ɑnaˈfor/
Anafoor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| a | maan |
| f | fiets |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- de doelbewuste herhaling van dezelfde woord of woordgroep aan het begin van twee of meer opeenvolgende (soms nevengeschikte) zinnen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| anafoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| anafoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| anaforen | meervoud |
Herkomst
met het voorvoegsel ana- en met het achtervoegsel -foor
Woordfamilie van anafoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| anafoortje | verkleinwoord | anafoor |
| anafoortjes | verkleinwoord meervoud | anafoor |
| anaforen | meervoud | anafoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van anafoor zijn vastgelegd.