hoofdkantoor
zelfstandig naamwoord ˈhof(t)kɑnˌtorBetekenis
- voornaamste kantoor van een instelling
Hoe spreek je hoofdkantoor uit?
/ˈhoftkɑnˌtor/
Hoofdkantoor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| f | fiets |
| t | tak |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofdkantoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofdkantoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoofdkantoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd en kantoor
Woordfamilie van hoofdkantoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofdkantoortje | verkleinwoord | hoofdkantoor |
| hoofdkantoortjes | verkleinwoord meervoud | hoofdkantoor |
| hoofdkantoren | meervoud | hoofdkantoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofdkantoor zijn vastgelegd.