ezelsoor
zelfstandig naamwoord ˈezəlsˌorBetekenis
- oor van een ezel
- omgevouwen hoek van een bladzijde
- dom persoon, domoor
- (Stachys byzantina) grijsgroene plantensoort
Hoe spreek je ezelsoor uit?
/ˈezəlsˌor/
Ezelsoor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| s | sok |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor Stachys byzantina, een grijsgroene plantensoort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ezelsoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ezelsoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| ezelsoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ezel zn en oor zn met het invoegsel -s- **[2] van Duits Eselsohr, in de betekenis van ‘omgevouwen hoek’ voor het eerst aangetroffen in 1766
Woordfamilie van ezelsoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ezelsoortje | verkleinwoord | ezelsoor |
| ezelsoortjes | verkleinwoord meervoud | ezelsoor |
| ezelsoren | meervoud | ezelsoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ezelsoor zijn vastgelegd.