requisitoir
zelfstandig naamwoord ˌrekwiziˈtorBetekenis
- de aanklacht van de officier van justitie tijdens een strafproces, waarin hij de feiten op een rijtje zet, zijn mening geeft over het bewijs en een bepaalde straf eist
Hoe spreek je requisitoir uit?
/ˌrekwiziˈtor/
Requisitoir bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| w | quiz |
| i | riet |
| z | zon |
| t | tak |
| o | boot |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als rekwisitoor.
zelfstandig naamwoord — neuter
- aanklacht van de officier van justitie tijdens een strafproces, waarin hij de feiten op een rijtje zet, zijn mening geeft over het bewijs en een bepaalde straf eist
- uitgebreid betoog waarom iets of iemand niet deugt figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rekwisitoor | |
| requisitoiren | meervoud |
| requisitoirs | meervoud |
| requisitoirtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| requisitoirtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans réquisitoire zn , in de betekenis van ‘eis, betoog’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1548
Woordfamilie van requisitoir
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| requisitoiren | meervoud | requisitoir |
| requisitoirs | meervoud | requisitoir |
| requisitoirtje | verkleinwoord | requisitoir |
| requisitoirtjes | verkleinwoord meervoud | requisitoir |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van requisitoir zijn vastgelegd.