factoor
zelfstandig naamwoord fɑkˈtorBetekenis
- tussenpersoon, handelaar, vertegenwoordiger, factor
Hoe spreek je factoor uit?
/fɑkˈtor/
Factoor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| factoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| factoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| factoren | meervoud |
Herkomst
variant van factor
Woordfamilie van factoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| factoortje | verkleinwoord | factoor |
| factoortjes | verkleinwoord meervoud | factoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van factoor zijn vastgelegd.