koorbank
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rij zitplaatsen tegen de zijwanden van het koor van een kerk, meestal een kathedraal, kapittelkerk of kloosterkerk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koorbanken | meervoud |
| koorbankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koorbankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koor zn en bank zn
Woordfamilie van koorbank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koorbanken | meervoud | koorbank |
| koorbankje | verkleinwoord | koorbank |
| koorbankjes | verkleinwoord meervoud | koorbank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koorbank zijn vastgelegd.