boor
zelfstandig naamwoord, werkwoord borBetekenis
- rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken
- een chemisch element en een zwart metalloïde, met symbool B en atoomnummer 5
- een rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken
- borium; een chemisch element en een zwart metalloïde, met atoomnummer 5
- B
- borium
- boren; met een werktuig dat om zijn as draait een rond gat in iets maken
- boerenheikneuter
- lomperik, lomperd, zak
Hoe spreek je boor uit?
/bor/
Boor bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boortje | verkleinwoord |
| boortjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| boren | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boren
- gebiedende wijs van boren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boren
Vervoeging van boor
boorhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] boor | canonical |
Woordfamilie van boor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boortje | verkleinwoord | boor |
| boortjes | verkleinwoord | boor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boor zijn vastgelegd.