ivoor
zelfstandig naamwoord iˈvorBetekenis
- wit materiaal afkomstig van de slagtanden van vooral de olifant
- kleur die donkerder is dan beige maar lichter dan bruin met RAL-code 1014
Hoe spreek je ivoor uit?
/iˈvor/
Ivoor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine, neuter
- siervoorwerp dat is vervaardigd uit de slagtanden van de olifant
- geen meervoud (RAL-kleur) tint geel met RAL-nummer 1014 ( )
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [2] ivoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| [2] ivoortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands ivore van Frans ivoire, in de betekenis van ‘materiaal van slagtanden’ voor het eerst aangetroffen in 1240 **[2] als leenvertaling van Duits Elfenbein
Woordfamilie van ivoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ivoortje | woordvorm | ivoor |
| ivoortjes | meervoud | ivoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ivoor zijn vastgelegd.