amfoor
zelfstandig naamwoord ɑmˈforBetekenis
- een door de oude Grieken en Romeinen gebruikte buikige kruik met twee oren
Hoe spreek je amfoor uit?
/ɑmˈfor/
Amfoor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| f | fiets |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| amfoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| amfoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| amforen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kruik’ voor het eerst aangetroffen in 1873
Woordfamilie van amfoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amfoortje | verkleinwoord | amfoor |
| amfoortjes | verkleinwoord meervoud | amfoor |
| amforen | meervoud | amfoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amfoor zijn vastgelegd.