koorknaap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- jongen die deel uitmaakt van het kerkkoor (knapenkoor)
- misdienaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koorknaapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koorknaapjes | verkleinwoord, meervoud |
| koorknapen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van koor en knaap
Woordfamilie van koorknaap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koorknaapje | verkleinwoord | koorknaap |
| koorknaapjes | verkleinwoord meervoud | koorknaap |
| koorknapen | meervoud | koorknaap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koorknaap zijn vastgelegd.