metafoor
zelfstandig naamwoord ˌmetaˈforBetekenis
- beeldspraak waarbij men een woord B zegt in plaats van het woord A terwijl er tussen A en B een verband is van gelijkenis
Hoe spreek je metafoor uit?
/ˌmetaˈfor/
Metafoor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| t | tak |
| a | maan |
| f | fiets |
| o | boot |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| metafoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| metafoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| metaforen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overdrachtelijke uitdrukking’ voor het eerst aangetroffen in 1786
Woordfamilie van metafoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| metafoortje | verkleinwoord | metafoor |
| metafoortjes | verkleinwoord meervoud | metafoor |
| metaforen | meervoud | metafoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van metafoor zijn vastgelegd.