knikkertijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bepaalde periode(s) in een jaar waarin kinderen knikkers meenemen om te knikkeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knikkertijden | meervoud |
| knikkertijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knikkertijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van knikker en tijd
Woordfamilie van knikkertijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knikkertijden | meervoud | knikkertijd |
| knikkertijdje | verkleinwoord | knikkertijd |
| knikkertijdjes | verkleinwoord meervoud | knikkertijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knikkertijd zijn vastgelegd.